KANTOOR

 

De weg is donker, het pand leeg

automaatkoffie nog niet

warm

 

 

PERRONGELUK

 

MET KOFFER VOL EN KOFFIE VERKEERD

STA IK TE WACHTEN MAAR OP WAT

PRECIES, DAT WEET IK NIET

 

IN ZOEKEN BEN IK NOOIT ZO'N STER

TOCH WEET IK JE VAST

TE VINDEN

 

MAAR HOE VER

BEN JIJ DAN NOG VAN MIJ

VANDAAN

 

PLOTS ZIEN WE ELKAAR

STAAN

 

STIL TUSSEN MENSEN

HET GEBEURT GEWOON

PERRONGELUK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WAT ER VAN ME OVERBLIJFT

ALS ER EEN KEER NA VANDAAG GEEN MORGEN MEER IS, HOE

NOEM JE DAN

MIJN NAAM IN JE HOOFD EN WAS JE DAN ALSJEBLIEFT ZACHT MIJN

GEZICHT

IK ZAL NIET HUILEN HOOR EN JE WEET ALLANG; DAT BEN IK DAN

NIET MEER

MAAR WAT ER VAN ME OVERBLIJFT, DAT BEN IK

WAT ER VAN ME OVERBLIJFT, DAT BEN IK

DAT IK SOMS IN HERHALING VAL ALS IK MOE BEN, DAT WEET IK

DAT MIJN HOOFD NIET KAN STOPPEN EN MIJN HART BLIJFT

MAAR KLOPPEN. VOOR JOU. TOT IK TE MOE BEN EN VOOR ALTIJD

GA

SLAPEN

DAN WEET IK OOK WEL DAT HET GEEN SLAAP IS, MAAR DAT

ANDERE WIL IK NIET ZEGGEN

IK KAN HET NIET SCHRIJVEN MAAR IK MOET TOCH SCHRIJVEN,

GOED,

WAT IK WIL ZEGGEN

DAT WE ZO GELACHEN HEBBEN EN ALLES

WAT IK WIL ZEGGEN

WEETJEWEL. DANKJEWEL

DAT IK LIEVER WOU BLIJVEN. LIEVER WOU ZIJN

JEWEETWEL, EEN LIEVERE VROUW

MAAR TOCH, HET ALLERLIEFSTE MET JOU

 

 

 

TAM

 

Die dag lieg ik op het gazon, waar ik onder vader's

botte gemaai mijn snikken in de bultjes gras verstop

en daarna schud ik voor haar oorwurmen uit de hoezen

Bah, beesten zijn het! roept ze en knipoogt naar mij door

de gaten

in de wasmand. Was het maar zo, die

verzachtende omstandigheden. Ik kan het leuk

bedenken allemaal, hoor ik je zeggen. En als iets niet

bevalt dan sla je toch

de bladzijde om. Alleen de kruimels van de gum weten nog

dat jij er las

 

Dat kind. Ze heeft geen ruggengraat.

Zei de familie

Kwestie van scheefgroei in de persoonlijkheid.

Zei de schoolpsycholoog

en wist ik veel van wat er nog meer werd gelogen en toen mijn schouders bogen

lag het ene blad hoger. Gewoon een scoliose

Zei de fysiotherapeut

Vooral veel oefenen dus, zoals met alles. Hoor ik je

zeggen. Maar hoe meer ik oefen hoe schever alles lijkt. Om dan

terug te kunnen keren kam ik konijnen op de kinderboerderij

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IK FIETS DE JAMMERCLUB VOORBIJ

EN VAL VAN DE DIJK

IN ÉÉN KLAP

HEB IK VRIENDEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                               

 

                                          

 

 

 

 

 

 

EROTISCH GEDICHT

IK DACHT, IK PROBEER EENS

EEN EROTISCH GEDICHT

MAAR NU KRIJG IK MIJN MOND

NIET MEER DICHT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DURF DESONDANKS

 

Het lijkt me dat sterren

en ik meer helder

schijnen te zijn

 

ik heb het bottenkrimpend koud

krab aan ruiten en uit

de wolkjes adem ik alleen maar jou

 

de blower raast haast

op straat nog geen kip maar ik

kom weer buiten

 

en durf desondanks

in eerste sneeuw een hart op de motorkap

te betekenen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

WIE WIJ TOEN WAREN

 

Elke ochtend is de wereld scheef

en ik stroever

hoe word ik ouder

gaat er door mijn hoofd

 

waar zijn de dagen

dat ik liggen bleef

in mijn eigen zweet of met geluk

nog wat zaad tussen mijn benen

 

nu denk ik ach

die wilde jaren

die zijn verdwenen

in wat wij toen waren

Een andere huid en 

niks komt uit

zoals het was

beloofd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ROVERSBOS

 

Wielen draaien over kasseien -KETS!-

Op weg naar donkere poelen zijn wij samen met vader

op pad

 

Daar fluisteren korenbloemen onder blauwe luchten

met klaprozen ertussen en wij struinen vlinderzuchtend

gewapend met schepnet en emmers rechtdoor het gras

 

Geen tijd voor licht geflater nu

en als je neuriet dan draait zijn hoofd zich om

Ineens is daar de plek, we zijn allen stil

Betoverd

 

We glijden

langzaam naar de rand

waar onbekende wezens zich schuilhouden

 

Het bos van Gorp en Rovert

lokt grote mannen zoals hij

terug naar kindertijd

Wij voelen ons even deelgenoot, ja zelfs vrij

 

Toch zal ik van geluk niet spreken

Want als ik even later bevend van angst mijn schepnet keer

en een monsterachtige libellelarve mij dreigt op te vreten

is hij weer terug gegleden in zijn norsigheid

en zegt: die eten alleen kikkervisjes

Dat moet jij onderhand toch weten

 

 

 

 

 

 

 

My dear friend,

 

When you are alone in the night

there can be some moments

of coldhearted emptyness

or maybe some fright

 

of your own shattered thoughts

They will leave you

into a few thousand pieces

ant nothing, even no music

can bring you at ease

 

But there is always the glory of hope

of the coming dawn, the sun who will arise

She will erase all those ghosts inside your head

and warm you with rays

in colours so clear

and so very bright

 

 

 

Samenvallen

 

 

Mijn blik is nooit zo ver

om vrij van alles te kunnen zijn

 

ook leef ik vol

lelijkheid en lust ik rauw

 

ik doe maar

ik voel waar

en val maar

 

mooi samen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KAMER 5

 

En inderdaad, zie, ze hangen weer wat lager

Ze houdt haar handen er als balkonnetjes onder

en denkt: ooit maakte ik er mannen gek mee

maar nu kijken ze langs haar heen als was zij de bus

die ze niet moesten hebben

 

ooit bracht thuis de bode

haar liefdesbrieven op een koperen blad

spanning met vulpen in het vel gekrast

nadat zij elkaars wimpers raakten

en hij haar lippen zachtjes had betast

maar nu is ze haast een dode, een naakte

oude vrouw die zuur zit te wachten

tot weer een nieuwe vreemde haar billen wast

 

heel zelden wil er nog eens

iemand

zoals een voorbijganger op de gang

vragen naar haar parfum -Guerlain-

maar ze zegt dan met dédain

'dat kun je vast niet betalen liefje'

en draait zich om in haar stoel

die ouwe tang

 

vroeger was ze heus heel aardig

toen kreeg ze nog weleens een briefje

of een kaart misschien met kerst

soms is opkomende zon haar hoogtepunt

maar eerlijk gezegd

meestal het dieptepunt van de dag

en wacht ze tot haar eenzaam lijf

de laatst voor niemand hoorbare

adem uit haar longen perst

en ze zal worden afgelegd

 

hij wordt gauw weer verhuurd, KAMER 5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

REFLEKTOR

 

Als kind al vroeg ik mij af of ik ooit

zo grijs als stoeptegels zou worden

en overzichtelijke lijnen

me zouden tekenen

en ik dan langzaam zou verdwijnen

 

 

Nu is ooit gekomen

voelde ik gisteren misschien

te laat was nog weg te dromen

en te huilen om hoe een meisje op haar fiets

dat haar trappers net kon raken

doorreed naar het grote niets

van wat ik ooit van haar weten zou

 

Meisje, kind, al bijna

ongrijpbaar

wat mij raakte,

werd vormgegeven in mijn heden

ten dage

Vreemdgenoeg, tijd steelt

niet de reflektoren op je pedalen

ook niet de belofte die je uitstraalde

en nooit, nooit vergeet ik, denk ik

hoe on

of gelukkig je mij even maakte

 

 

 

 

 

                                         

 

 

 

 

 

 

CARPE DOM

 

 

HIJ HAD EEN DAG

TE LAAT

GEPLUKT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  POLITIEK CORRECT

 

  HET MINISTERIE VAN GEHEIME ZAKEN

  KONDIGT AAN

  MAATREGELEN TE ZULLEN TREFFEN

  HET IS ECHTER NIET BEKEND

  WAARTEGEN

 

 

 

 

 

 

KERSTVERLICHTING

 

Een toren van pizzadozen

gestut door blik en bijna gesloopt

in een donkere kamer

waar stank voor dank zich ontwikkelt

 

Geen hond kent je meer

Jij alleen

de man met de hamer

en de pizzameneer

 

Dat moeten voldoen

dat alles zo zat

voortdurend die last

van alles

te moe

 

Je pist in de kast

hebt schijt aan het leven

Neem nog een teug

en verdwijn maar

voor even

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BESTEMMING

 

Waar of hij woont

Ik woon nergens zegt de man

al bezit ik wel een huis

 

Mijn vader legde er de eerste steen

Hij zaaide haat

die moeder oogstte na negen maanden

 

Mijn naam hebt u, dus

kan ik gaan, ik kan hier niet langer blijven

alles wat ik heb dat wacht

De man verdween

 

Zijn vel, dat stak

er tussenuit

Bij adres stond in bibberige halen

Laan van Gebroken Idealen, nummer acht

 

 

 

 

 

 

 

CYBERNETICA

 

mijn hart slaat

als een bang konijn en ik loop

door de drukke straat

met mensen tegen wie ik aan wil botsen

wil het maar

niet klikken, ik

denk iets te vaak

ik voel me zo

alleen vandaag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZIEL IN ZEE

 

Blind gekozen

genomen

zoals ik ben

schaamteloos

geremd

ik weet geen naam

ik schaam me

niet

diep

dieper

diepst

drank dronk

dronken in het donker

en in mijn glas hoor ik zee

slok slik

verdrinken wij

vochtig, slib

zilte tongen, stoute randen

zoute tanden afgelikt

zeg nee

maar toch

 

ik hap naar adem

koude lucht

vult longen vol

verse lust

een dwalend wicht

ben ik

ik zucht

dwaallicht opgegaan

in vurig blauwe vlam

door jou gezet

ik drijf

waar ik nooit kwam

ben ik gekust

zo'n zeer verlangen

wil ik

duizend jaar

schok ik

schrik ik

wakker

zoek ik

voortaan

voor altijd naar